Hub Heltzel

Hybriden : CC 97002   CC 97003   CC 97076   CC 97099   CC 97105   CC 97139
Op avontuur met zaad-doosjes van rododendrons; spanning, teleurstelling enin volle teugen genieten!

Waarom doe je dat . . . . . . , waarom verzamel je zaaddoosjes van rododendrons die je mooi vindt? Waarom dan ook nog uitsluitend uit een omgeving waar zoveel mogelijk andere rododendrons te vinden zijn? In het rododendronpark in Bremen bijvoorbeeld. In de rododendronparken van Bruns of Hobbie, of in het arboretum van notaris Smit in Eenrum. Weet je dan niet dat je uit zaailingen nooit een plant met precies dezelfde eigenschappen terug kunt krijgen?

Creamy Chiffon Het rododendronwereldje kent tenminste nog het charmante woord "hommelhybriden", in fuchsiakring word je al snel "besjesplukker" genoemd. Niet het juiste begin dus als je erkenning zoekt en ook niet het juiste begin als je snel en voorgebakken resultaat wilt bereiken. Je kiest voor een moeilijke weg, want alleen al de selectie van de vele honderden zaailingen stelt je voor bijna onoplosbare problemen. Je hebt in het begin helemaal geen criteria die de selectie vereenvoudigen, je streeft ook geen vooropgezet doel na zoals de meeste deelnemers aan deze rubriek. Waarom dan toch?

Gebrek aan variatie
De belangrijkste reden is de onvrede met de variatie in groei-, bloei- en bladvormen die via de normale circuits worden aangeboden. Als je ooit de variatie hebt leren kennen die wildvormen kenmerkt, dan wil je zelf ook een dergelijke rijkdom in je tuin. Maar misschien dan toch liever geen collectie, geen verzameling van kwetsbare wildvormen die in het oosten van ons land toch een beetje moeilijker te houden zijn als in het westen. Om de rijkdom aan vormen, die in Schotland en Ierland bewonderd kunnen worden, hier mogelijk te maken, moeten we waarschijnlijk nog enkele decennia aan "global heating" doorstaan.

Soort definitie
Als je dan ook nog vasthoudt aan de definitie van het soortbegrip : "Groups of populations reproductively isolated from other such groups" ( Ernst Mayr, 1942 ) dan zijn plotseling al die species gereduceerd tot morfologische varianten verspreid over tal van populaties. Als je het "species-probleem" onder ogen wilt zien en in biologisch, genetische zin elepidote rododendrons moet benaderen als slechts een soort, dan is plotseling duidelijk dat al het genenmateriaal tot werkelijk een grote genenpool gerekend kan worden. Ze zijn onderling uitwisselbaar en ze kunnen vrij (re)combineren en er kunnen heel wat meer variaties en combinaties gemaakt worden als zelfs de grootste loterij aan loten telt. De naam van de "soort" is veel minder belangrijk als haar erfelijke eigenschappen. We kennen heel vaak de "soort" ook slechts van enkele exemplaren. In aantal veel te gering om ook maar een zwakke afspiegeling van de genetische variatie per coderende eigenschap te bezitten en dus met een veel te beperkt aantal genotypen en de daaruit resulterende phenotypen. De variaties (allelen) van de verschillende genen die zelfs binnen een enkele populatie beschikbaar zijn, blijven ons volledig onbekend. Een in de natuur niet vaak voorkomend phenotype als resultaat van een toevallige, niet onderdrukte, combinatie van recessieve genen is reeds vaak als natuurlijke hybride of zelfs als nieuwe soort beoordeeld.

Hommels en de bijtjes
Gelukkig blijken de rododendrons in onze parken en tuinen te kiezen voor vrije seks, gelukkig zijn de hommels en de bijtjes echt actief. Natuurlijk hebben zij ook hun eigen voordeel bij het bestuiven van onze rododendrons en daardoor het recombineren van het erfelijke materiaal. Voor ons lijken de hommels en de bijtjes wel gratis te werken en daardoor kan iedereen zich ook heel wat meer zaadjes veroorloven als loten in een loterij. Hebben we dan toch misschien iets meer kans op een hoofdprijs in de rododendron-loterij ? ? De toekomst zal het leren. . . . Hieronder enkele resultaten van de allereerste pogingen om via de rododendron-hybride "Creamy Chiffon" een iets grotere variatie te bereiken. Oordeel zelf . . . Ik heb er in ieder geval heel wat van geleerd, er door in spanning gezeten (en nog steeds: volgend voorjaar alweer 16 premières) en in volle teugen genoten van mijn geselecteerde hommelhybriden.

CC 97003

???

Hier hebben we dus het exemplaar met volgnummer 003 uit mijn selectie. Waarschijnlijk zijn de genen die aan deze vorm, de kleur en de tekening van de bloemen vererven dominant. Dominant in tal van combinaties, want ook planten met totaal andere groeivormen bleken dit soort bloemen te produceren. Er zitten wel kenmerken van de moederplant in de tekening van de bovenste bloemblaadjes.

Eigenlijk heb ik door dit soort afstammelingen pas leren zien dat ook Creamy Chiffon een aantal kersrode vlekjes op z'n bloemblaadjes draagt. Als U dit type bloem aantrekkelijk vindt, is het verzamelen van 'open polinated' zaaddoosjes van Creamy Chiffon en het laten opgroeien van de jonge plantjes voldoende om bij ongeveer 30% te kunnen spreken van een succesvolle poging. Ik ben echter op zoek naar een maximum aan variatie en de vraag mag dan ook gesteld worden waarom dit exemplaar toch een blijvertje lijkt te zijn. Nu, na ruim 5 jaar, is het een kompakte plant geworden van 55 cm hoog en bijna net zo breed met een goede knopaanzet. Het stevige, enigszins glanzende blad, blijft tenminste 2 jaar behouden en de bloemknoppen blijken ongevoelig voor late nachtvorsten. De belangrijkste reden is echter de heerlijke geur die CC97003 tijdens de bloei verspreidt.
Voor zoiets moet je de bijtjes en de hommels wel dankbaar zijn.

CC97002

???

Uit de selectie die ik na ruim een jaar wel moest maken uit de 700 zaailingen die opgroeiden op een zolderkamer, kreeg dit exemplaar het kenmerk CC97002. CC voor Creamy Chiffon, 97 voor het jaartal en 002 simpelweg als volgnummer. Mijn eerste zaai- en opkweekpoging, in oktober 1997 gestart, leverde ruim 700 plantjes op en de meeste daarvan zijn tot eind mei 1999 binnenshuis vertroeteld. 250 plantjes werden geselecteerd, voorzien van een label en in een koude kas uitgeplant.

Waarop werd geselecteerd? Op een gezonde groei, maar zeker niet alleen de forse groeiers werden uitverkoren. Ook gezonde jonge planten die een beduidend geringere of nauwelijks enige groeisnelheid vertoonden, maar interessante bladvormen en gevulde bladkransen hadden, behoorden tot de selectie. Extremen, groot of klein of duidelijk anders van bladvorm of groei maakten altijd deel uit van mijn keuze. Heel veel, of juist helemaal geen vertakkingen was ook zo'n criterium.

Dan, na zo'n maand of drie, zijn die plantjes totaal van vorm veranderd. De andere omstandigheden, niet langer 16 uur (kunst)licht, geen uniforme temperatuur en luchtvochtigheid, toch blootgesteld worden aan enige weersinvloeden, dat alles samen zorgde ervoor dat de plantjes een vorm kozen die was aangepast aan de nieuwe omstandigheden. Dat phenotype beantwoordde niet altijd aan het beeld dat ik me tijdens de selectie had gevormd. In die herfst zijn dan ook familie, vrienden, buren en kennissen verblijd met nieuwe jonge rododendrons. Zelfs als ze in 2000, uit het kasje verhuizen naar een meer definitieve plek in de tuin veranderen ze nog beduidend van vorm. Geef ze nu echter een kans. Het voorjaar 2001 bracht de eerste bloei.

CC97002 was een van die eerstelingen. Duidelijk een dochter van Creamy Chiffon, dezelfde tere, dubbele bloem alleen wit-roze en met een grote donkere stamper. Of het een blijvertje is, ik weet het niet.
De late nachtvorsten dit voorjaar, na een eerdere warme periode, vernielden de bloemknoppen voor dit jaar. Het mooie, bijna blauwgroene blad blijkt jammer genoeg buitengewoon interessant te zijn voor zuigende insecten. Ik wacht, in elk geval, nog tenminste een bloeiseizoen.

CC 97076

CC 97076 een plant die mijn intro-verhaal lijkt te staven
???

Uitzonderlijk grote, helder gekleurde bloemen op een opgaand groeiende, kompakte, goed vertakte plant.

CC97076 werd in het begin geselecteerd om zijn afwijkende bladvorm, lintvormig en in kransen tot wel 8 bladeren per groeifase. Nu na enkele jaren verblijf in de volle zon en aan alle weersomstandigheden blootgesteld verliezen de bladeren iets van hun afwijkende vorm. Ze blijven smal, maar minder lintvormig, en met een tendens de maximale bladbreedte niet ver van de bladspits te vormen.

Vaak worden twee bloemknoppen naast elkaar gevormd. Samen met een bloemdiameter van zeker 85 mm een opvallende verschijning in onze tuin. De enigste kenmerken die nog aan Creamy Chiffon herrinneren zijn de vrij late bloei en de opgaande groeiwijze.

In mijn beoordeling was deze plant uitzonderlijk genoeg om hem niet van alle uitgebloeide bloemtrossen te beroven, maar tijdens het deadheaden tenminste een tros te sparen. Ik heb er geen spijt van gehad. CC97076 beloonde me met zaaddozen van ruim 3 cm ( gemeten) lengte, waaruit begin november de grootste zaadjes van rododendrons kwamen die ik ooit gezien heb. Zeker 3 mm lang, licht beige van kleur en de zaadkiem maakte zeker 4/5 deel uit van het omhulsel. Per zaadlob waren er heel veel zaadjes, toch heb ik, je weet maar nooit, uit de drie grootste zaadlobben al het zaad gebruikt. Je mag toch nooit uitsluiten dat het zaad geen kiemkracht zou bezitten. Zijn uitzonderlijke groei, bloeivorm en zaadvorming zou op een polyploid kunnen wijzen en dan wordt het een probleem, net als met "Taurus" bijvoorbeeld. Alle angst voor een gebrek aan kiemkracht bleek echter ongegrond, het kweekbakje lijkt nu een maand later op een mini-gazonnetje. Over 'n jaar of vijf, en misschien wel op een eigen website, kan ik hopelijk meer interessants van deze hybride en zijn afstammelingen berichten.

CC 970099

Soms is de teleurstelling groot.......
???

Ooit droomde ik er van dat dit mijn eerste kruising met een eigen naam zou zijn. Een zin in voltooid verleden tijd. Jammer, bijzonder jammer zelfs, maar CC 97099 is niet meer.

Het was de grootste teleurstelling van dit voorjaar toen het plantje, niet groter dan 30 cm, na eerst nog aarzelend te hebben gebloeid steeds meer begon te verwelken. Eerst meende ik dat hij het slachtoffer van phytophthera geworden was. Nu denk ik dat het plekje direct vooraan, kort bij het gazon, hem noodlottig geworden is. De overvloedige kunststofbemesting van het gazon, ook toegepast om het mos te doden, is hem waarschijnlijk teveel geweest.

Ik was zo trots op dit resultaat, een Creamy Chiffon hybride die in veel van zijn kenmerken net iets meer had als het orgineel. Dubbel bloemig, maar dan ook nog met golvende bloemblaadjes. De kersrode vlekkentekening op alle bloemblaadjes was heel opvallend en intensief. Hierdoor leek de bloemtros, tijdens de opeenvolgende bloeistadia, steeds weer anders van kleur. Eerst 'n bijna kersrode, langzaam ontluikende bloemknop, die steeds lichter van kleur werd, via rood-roze naar crèmekleurig en dan bijna wit, steeds met die felle rode vlekjes. Bovendien was het een late bloeier. Einde mei gingen de knoppen pas open en pas in de derde week van juni kwam een einde aan het plezier.

Ik heb nog een klein beetje hoop, want er staat nog één plantje in mijn tuin dat qua vorm, kleur en groeiwijze heel veel lijkt op CC97099. Dit plantje, nu 30 cm hoog en ongeveer 40 cm breed, heeft tal van bloemknoppen. Volgend voorjaar, als alles meezit, zullen die voor het eerst hun bloeiwijze tonen. Als dat niet spannend is.

CC 97105

een overtreffende trap in de aanzet van bloemknoppen ???

Een gedrongen maar opgaande groeivorm, goed vertakt, met harde, fris groene, speerpuntvormige, bladeren met een gele nerf.

Deze hybride opent z'n bloemknoppen in een bijna rode kleur, de volledig geopende bloem is bijna wit, 'n geel zweem blijft nog enige tijd zichtbaar. Het bovenste bloemblaadje is getooid met bloedrode stippen en in het hart van de bloem een kleine rode vlek die uitwaaiert over de bovenste bloemblaadjes. De uitzonderlijk korte meeldraden vormen een kroontje rond de wit-groene stamper. Een opvallend kontrast met de kleine rode macule.

CC97105 is tot nu toe kampioen in knopaanzet, elk takuiteinde draagt wel twee tot drie knoppen. Het is dringen geblazen in mei, gelukkig opent niet elke knop op hetzelfde moment. Nu, na 5 jaar, is de plant 45 cm hoog en 30 cm in diameter. Waarschijnlijk een blijvertje.

Deze hybride is een van de minder snel groeiende vormen en een van de planten die het meest veranderden na een wijziging in de groei-omstandigheden. Van deze groep is dit de plant die het eerst tot bloei kwam in 2000. Er resteren nog een drietal planten die qua groeivorm even interessant zijn. Twee daarvan hebben voor het eerst bloemknoppen gevormd en houden me dus in spanning tot komend voorjaar. Het derde exemplaar met een mooi bronsgroen blad laat op z'n minst nog een jaartje op zich wachten.

CC 97139

??? Wie het kleine niet eert......
CC97139, een geval apart, deze zwakke groeier.

Eind 1998 kreeg hij, samen met een sterk groeiend exemplaar, als eerste de kans te bewijzen dat hij toch een bepaalde mate van winterhardheid had.
Dit tweetal werd als eerste aan een outdoor test onderworpen, op een ongunstige plaats, in de harde oostenwind en vlak bij een groep waterver-
slindende berkenbomen. Twee groei-seizoenen later bewees hij, door als een van de eerste planten te gaan bloeien, dit experiment ons niet kwalijk te nemen.

Een klein bloempje, zo'n centimeter of vier in diameter, maar met een frisheid en helderheid die vertederen, het is tot nu toe de enige picotee-vorm tussen alle zaailingen uit 1997. Het kontrast met de helder groene, niet glanzende bladeren, heeft een uitgesproken charme. Nu, na 5 jaar, is het nog steeds een kleintje, zo'n twintig centimeter hoog en ongeveer net zo breed. De takjes die hij gedurende een jaar vormt zijn niet langer als een vijftal centimeter. Hij heeft twee jaar achter elkaar gebloeid en neemt volgend jaar een rustperiode, het is hem gegund. Ergens heeft dat kleine ding m'n hart gestolen, hij mag dus blijven.