Waarom kruis ik rhododendrons?
Even voorstellen: ik ben een plantenfanaat met een tamelijk klein
tuintje, op zandige grond, nabij Antwerpen. Beroepshalve heb ik nooit iets
met planten te maken gehad.
Waarom begin je dan rhododendrons te kruisen? Er zijn meer dan
1.000 species, en het aantal bestaande hybriden is nu al niet meer te tellen.
Dus er is toch al keuze genoeg voor elke tuin?
Een beroepskweker zal zeggen: om planten te maken die beter
resistent zijn tegen allerlei ziekten (wortelrot, meeldauw, bruine
bloemknoppen); of tegen strenge winters; of die makkelijker voort te
kweken zijn; of die nog iets meer aanslaan bij het grote publiek.
Allemaal geldige redenen. Maar voor mij was de motivatie toch anders.
Ik probeer dingen te kweken die net iets afwijken van het algemeen
gangbare sortiment. De duizenden bestaande hybriden zijn prachtig. Voor
een amateur is het bijna onmogelijk om daaraan iets te verbeteren. Maar....
ik vind dat er toch wel eens "iets nieuws" mag geprobeerd worden. Waarom
zijn er zo weinig hybriden met indumentum? Waarom wordt er zo weinig
aandacht besteed aan de bladvorm? Waarom is er zo weinig gekruist met de
grootbladige rhodo's zoals R. sinogrande, R. fictolacteum, R. macabeanum?
Dus ik heb zelf maar een een aantal van die kruisingen uitgeprobeerd.
Ik ben er al zo'n twintig jaar mee bezig.
Iets nieuws scheppen is altijd fascinerend. Hoe zei iemand het ook
weer? "Boldly go where no man has gone before."?
Stamboom en registratie
Namen heb ik mijn planten nog niet gegeven - daarvan moet ik toch
eens werk maken. Maar in ieder geval is een echte plantenliefhebber toch
meer gebaat met de juiste stamboom van een plant dan met een of andere
fantasienaam. Hij wil weten van welke voorouder bepaalde eigenschappen
afkomstig zijn - en gelukkig wordt daaraan in de meeste boeken ook
voldoende aandacht besteed.
Een plant zonder stamboom vind ik maar niks. Zoals een soep die men
voorgeschoteld krijgt, maar waarvan men niet mag weten wat er in zit.
Dit zijn selecties waarvan ik de namen nog wel eens zal registreren als
ik tijd vind.
|
R. Percy Wiseman x R. Orangengold
Dit is "een buitenbeentje".
Normaal kruis ik enkel tussen species ? of tussen planten met een
beperkt aantal voorouders. Bij het kruisen van planten moet men rekening houden met de wetten
van Mendel, dominante of recessieve genen, en meer van die dingen. Een
algemene regel: hoe méér voorouders er in de stamboom zitten, hoe groter
de diversiteit is tussen de zaailingen.
Dat kan interessant zijn voor kwekers
die ruimte hebben om al die zaailingen te laten bloeien ? maar die ruimte
heb ik niet. Ik kan maar een beperkt aantal planten laten opgroeien tot ze bloeien.
Toch heb ik hier een kruising geprobeeerd tussen ouders met een wat
grotere stamboom, en dit is één van de resultaten.
|
R. Bambi x R. macabeanum
Dit is de plant waarvan ik persoonlijk het meeste houd, en die ook
vanwege bezoekers het meeste commentaar oplevert.
R. Bambi is één van de eerste yakushimanum-hybriden, bleek-
oranje, op zichzelf niet zo?n geweldige plant. Maar hij bleek als stamvader
niet te onderschatten. En R. macabeanum - dat is zo?n prachtige
grootbladige en geelbloemende boomrhododendron, zoals men die in Europa
alleen maar vindt vlak bij de golfstroom (Bretagne, Ierland, Cornwall, Wales,
of Schotland.) Iemand die een volwassen plant in bloei zag zal het niet licht
vergeten.
En deze hybride? Ik zou deze selectie beschrijven als een kleinere,
meer winterharde, en iets meer bleke versie van R. macabeanum.
Prachtige grote bladeren, geweldig grote bloemknoppen die geel-roze
worden bij het opengaan, lichtgele bloemen. Het is een vroege bloeier. Heeft
bij mij de laatste vijftien winters probleemloos buiten overleefd.
Het is opmerkelijk dat diezelfde kruising bij mij ook andere planten
met bloemen van rose kleur opleverde.
En het is een kleine wereld: een aantal jaren geleden las ik dat men
die kruising ook had gemaakt in Nieuw - Zeeland en dat men "vol spanning"
de eerste bloemen afwachtte. Ik vraag mij af of die gelijkaardig zijn geweest.
|
R. makinoi x R. macabeanum
Een kruising tussen twee species.
Het resultaat staat min of meer in het midden tussen de beide ouders;
maar de bloemen zijn witter dan verwacht, met een donkere, purperen vlek
in de keel. In de langwerpige bladeren is de invloed van R. makinoi
duidelijk herkenbaar. Een interessante plant voor ieder die (zoals ik) houdt
van mooie bladeren met veel indumentum.
Ik heb de plant wegens plaatsgebrek in mijn voortuin bij het voetpad
geplaatst - en de voorbijgangers hebben er ieder voorjaar lovend commentaar voor over.
|
R. Goldworth Orange x R. makinoi
Wat had ik toch weer voor ogen met deze kruising? Ik denk: een
oranje bloem, met een betere vorm dan 'Goldsworth Orange' - iets meer
winterhard - en een meer compacte plant met een andere bladvorm dan die
oude hybride.
Wat de bloem betreft is het resultaat enigszins onverwacht: een
lichtroze kleur, (de Britten zouden zeggen "shell pink"), niet zo gewoon bij
rhododendrons. Blijkbaar vinden velen deze bloemkleur heel charmant.
|
R. yakushimanum x R. Fusilier
Een van mijn eerste kruisingen van zowat twintig jaar geleden.
Iedereen kent wel R. yakushimanum. R. Fusilier is een hybride met
vuurrode bloemen en veel indumentum. Zoals verwacht werd van die
ouders, heeft de hybride ook erg viltige bladeren, net zoals de moeder. De
bloem is roserood bij het opengaan, en wordt geleidelijk lichter van kleur.
De binnenzijde is overvloedig rood gespikkeld.
Het is een trage groeier die niet al te veel plaats inneemt.
|
|