Camellia japonicaDe meest bekende soortTot ongeveer 50 jaar geleden was Camellia japonica, in de praktijk, de enige Camellia-soort die in cultuur was. Recent zijn er massa?s hybriden ontstaan, maar bijna altijd komt Camellia japonica voor in de stamboom. Daarom hier een paar woorden over deze plant. Herkomst en beschrijving C. japonica komt oorspronkelijk, zoals de naam aangeeft, uit Japan. Mogelijk komt de wilde plant ook voor op een paar eilanden nabij de tegenoverliggende Chinese kust en bij Korea, maar niet op het Aziatische vasteland. De wilde soort heeft kleine rode bloemen met gele meeldraden. Zij is wel variabel: in het zuiden wordt het een boom tot 15 m. hoog, in het noorden blijft het een struik van amper 2 m. Opmerkelijk genoeg zijn die noordelijke planten (ook wel genoemd C. japonica var. rusticana) nauwelijks meer winterhard van ons standpunt uit. Zij zijn ginds in de natuur 's winters beschermd door een meterdikke sneeuwlaag. Historiek van Cammelia japonica Vooreerst in het Verre-Oosten. De plant is als sierplant al heel lang in cultuur, en vanuit Japan ook ingevoerd in China. In geschriften wordt er in China al van de plant gesproken in de zevende eeuw. Het schijnt dat de Camellia ginds, zowel in Japan als in China, altijd een religieuze betekenis had. Ook de Samurai, iets later, hadden er een speciale verering voor. Ze beschouwden de bloem onder meer als het symbool van bloed en van de dood, blijkbaar op basis van de bloedrode kleur.
Die eeuwenlange cultuur bracht mee dat er geleidelijk aan talloze cultivars ontstonden.
Camellia japonica is een variabele soort. Niet alleen zijn er soms zaailingen met een
afwijkende vorm of kleur van de bloem, maar ook komt het frekwent voor dat er in een plant
zelf een mutatie ontstaat. Er komt een twijg met een bloem van enigszins andere vorm of
kleur. Die speciale afwijkingen, qua kleur of vorm van de bloem, zou men uit oogpunt van de
natuur in feite "mislukkingen" moeten noemen, "een mismaakte plant". Maar de mens vond
dit iets speciaals en interessant, zeker als de bloem groter was. Daarom werden die cultivars
vegetatief voortgekweekt, waardoor alle nakomelingen identiek waren aan de moederplant,
en ze kregen een nieuwe naam. Onze "klassieke" Camellia's zijn allemaal cultivars van één
soort: C. japonica. Het zijn dus geen hybriden. Een hybride, volgens de klassieke betekenis,
is een kruising tussen twee verschillende species of soorten, hetgeen dus hier niet het geval
is. De Camellia japonica is waarschijnlijk de plantensoort met het grootste aantal benaamde
cultivars.Later in Europa. Het is met deze plant dat de Europeanen in contact kwamen in het begin van de jaren 1700. Die kontakten gebeurden vooral tussen Engeland en China (niet Japan), en wel in functie van de handel in thee. De Britten zijn altijd tuinfanaten geweest. Dus het is normaal dat aan de kapiteins van die zeilschepen, en de latere clippers, al eens gevraagd werd van ?een paar plantjes mee te brengen?. Die eerste Camellia's kwamen dus toe vanuit Zuid-China (streek van de thee) (warme streek) en automatisch werden ze daarom beschouwd als planten voor de warme serre. Het is een misvatting waaronder ze jarenlang (en in zekere mate nog altijd) gebukt gaan. De Camellia's, eens hier bekend, voornamelijk dus als serreplanten voor de elite, zijn voornamelijk een modeverschijnsel geweest. Vooral in het begin van de jaren 1800 begonnen de adel en de bourgeoisie er interesse voor te vertonen: zowel in Engeland als in Frankrijk, België, en ook in de Verenigde Staten. Het aantal gekweekte en ingevoerde cultivars was al vlug niet meer te tellen. We moeten Vlaanderen op dat gebied niet onderschatten: in het Gentse werden massa's Camellia's gekweekt. Er werd een historisch werk gepubliceerd door een zekere Verschaffeld, met rond de 160 afbeeldingen in kleur van de toen gekende Camellia- cultivars: de "Nouvelle iconographie du genre Camélia." Het werd noodzakelijk bij sociale gelegenheden een Camellia te hebben als "boutonnière". En de dames zelf hadden bij sociale gelegenheden een Camellia op hun corsage. De cultuurfanaten onder U kennen ongetwijfeld "La Dame Aux Camélias" van Alexandre Dumas, geschreven rond 1850; nadien herschreven tot de opera "La Traviata". De hoofdpersoon van het boek was dus een courtisane die altijd een Camellia droeg. Om maar aan te tonen hoe populair de Camellia toen was. Rond 1850 lag ook het hoogtepunt van de popularitait van de Camellia. Rond 1860, om onduidelijke redenen (zoals bij elk modeverschijnsel), verzeilde de Camellia geleidelijk aan in de vergeethoek. Hij zou er pas terug uit te voorschijn komen na de Tweede Wereldoorlog, dit keer grotendeels als tuinplant. Maar intussen had zich ook wel een verschuiving voorgedaan: de interesse voor de Camellia had zich grotendeels verplaatst naar de USA (de zuidelijke staten en Californië) en naar Australië / Nieuw Zeeland. Men kan de jaren rond de tweede wereldoorlog ook beschouwen als een keerpunt wat betreft Camellia's. Men spreekt soms wel over de Camellia's van voordien als de "oude Camellia". |