Camellia's : Morphologische kenmerkenBloemkleurZoals al gezegd, de wilde Camellia is rood van kleur. De cultivars zijn rood, rose, of wit, met alle mogelijke tussenschakeringen, soms ook gestreept of gevlekt, maar altijd in die kleuren. De meeldraden zijn geel, als die er zijn, maar de bloemblaadjes niet. Een gele Camellia is iets waar al jaren naar gezocht wordt, men probeert die kleur te krijgen door kruisingen met bijvoorbeeld Camellia chrysantha. Dat is een vorstgevoelige, gele soort uit Zuid-China. Tot nu toe zijn de resultaten niet fameus: een gele vorstbestendige Camellia bestaat nog niet. Sommige cultivars geven wel een gele indruk, maar dan op basis van hun gele meeldraden of petaloden.
BloemvormNaast de kleur werden de Camellia's ingedeeld volgens de bloemvorm. Men hield en houdt tentoonstellingen waarop, per bloemvorm, prijzen toegekend worden. Men maakt meestal volgende indeling volgens de bloemvorm: - enkel - halfdubbel - anemoonvormig - pioenvormig - roosvormig (rose double) - volledig dubbel (formal double). Smaken verschillen - maar velen vinden de enkele, anemoonvormige, en volledig dubbele vormen veruit de mooiste. De andere bloemvormen geven dikwijls een slordige, verfrommelde indruk, en spijtig genoeg worden die in tuincentra het meest aangeboden. Vorm van de struik Er zijn laagblijvende of zuilvormige cultivars; dit wordt meestal niet in de catalogen aangeduid. Bloeitijd Varieert volgens de cultivar: van februari tot april. Naamgeving De namen van de Camellia's zijn in feite een absolute warboel geworden. De cultivars die uit het Verre Oosten werden ingevoerd, hadden ook Oosterse namen, meestal Japanse. Maar in de jaren 1800 schonk men daar weinig aandacht aan. Iemand die een variëteit invoerde, of een nieuwe variëteit produceerde, was heel fier als hij daaraan een naam kon geven. In de jaren 1800 was het heel chique een Latijnse naam te geven. Later is dan weer de regel aangenomen dat in feite de oorspronkelijke Japanse namen geldig waren. Verder vonden sommigen het leuk, bewust of onbewust, hun plant een nieuwe naam te geven: één plant kreeg volgens het land of de streek verschillende namen. Ook het omgekeerde: totaal verschillende planten kregen éénzelfde naam. Hierbij even een voorbeeld: Donckelarii. De oorspronkelijke naam is "Masayoshi". Rond 1840 werd die plant ingevoerd en ze kreeg de naam van de Directeur van de Leuvense plantentuin. Maar diezelfde plant heeft wel een tiental verschillende andere namen. (Tea Garden, Cantelou, Tallahassee, Mary Robertson...) Nog een punt: sommige handelaars namen het niet zo nauw en als een bestelde plant niet voorradig was, leverden ze gewoon een andere, met een etiket waarop de naam stond die besteld was. Om een beetje orde in die warboel te scheppen werd een tijd na de Tweede Wereldoorlog het Internationaal Camellia Register ingevoerd. Alle (ook nieuwe) cultivars en hybriden moesten worden geregistreerd; het register vermeldt de officiële naam. Het aantal planten (cultivars en hybriden) in het register is indrukwekkend. Als men de synoniemen meetelt, komt men tot meer dan 30.000 namen. |