De vermeerdering van Rhododendrons

Alle planten hebben het natuurlijke vermogen om zichzelf te vermeerderen. Ze zaaien zich uit, ze maken nieuwe scheuten op de wortels, lage takken die op de grond komen krijgen daar spontaan nieuwe wortels en sommige planten gaan zover dat ze de nieuwe plantjes al vormen aan de aanwezige scheuten.

Van die principes uit de natuur maken wij ook graag gebruik als we planten willen vermeerderen, we kunnen zaad verzamelen en dat uitzaaien, we kunnen stekken nemen en die laten wortelen, takken naar de grond buigen en wortels laten krijgen, "afleggen" heet dat dan en we kunnen ook nog een klein stukje van een bijzondere selectie laten vastgroeien op een zaailing, dat heet "enten". En dan kun je van heel wat planten de wortels splitsen en afzonderlijk laten uitgroeien tot nieuwe identieke nakomelingen.

De omstandigheden waarbij vermeerdering moet plaatsvinden variëren nogal, voor sommige planten moet aan een hele reeks voorwaarden worden voldaan terwijl andere planten nauwelijks voorwaarden stellen. Een uit de poolstreken afkomstige plant laat zich meestal in Europa heel wat minder makkelijk zaaien dan een inheemse brem, het stekken van sommige wilgen is een peulenschil, maar het stekken van sommige Rhododendrons lukt alleen maar als aan een heel aantal eisen is voldaan.

Voor Rhododendrons staan ons de volgende mogelijkheden open.

Zaaien
In het najaar verzamelen wij mooie dikke zaaddozen van een Rhododendron waarvan we eerder onder de indruk waren. Het zaad wordt in het voorjaar gezaaid in pure turfmolm, bijvoorbeeld in een gewone plastic plantenpot op de vensterbank. Als het geheel matig vochtig wordt gehouden komen na verloop van een paar weken meestal een massa jonge Rhododendrons op. Als de zaailingen één of twee centimeter groot zijn worden ze per stuk verder gekweekt om na een paar jaar tot tuinplant formaat te zijn gegroeid. Het aardige is dat geen van die nakomelingen volkomen gelijk is aan elkaar of aan de oorspronkelijke plant, je weet nooit precies van tevoren hoe de plant gaat groeien en bloeien. We moeten erop bedacht zijn dat de kwaliteit van de oorspronkelijke plant in het beste geval alleen maar wordt benaderd, niet geëvenaard en zeker niet overtroffen.

Stekken en enten
Vermeerderen kan ook door volkomen identieke planten van een moederplant te maken. Dat kan door stekken of enten. Stekken gebeurt door jonge scheuten van de moederplant te knippen en in matig vochtige turfmolm te steken. Dikwijls wordt daarbij tevoren het ondereinde van de stek even in een groeistof poeder gedoopt. Enten gaat door scheuten van de te vermeerderen plant, die bijzondere eigenschappen heeft (dwerg groei, gekleurd blad, bijzonder fraaie bloem etc.) in een aansnijding van een "gewone" zaailing plant te laten vastgroeien. Beide methoden gebeuren onder omstandigheden met beheerste temperaturen en hoge luchtvochtigheid.

Afleggen
Eigenlijk is afleggen een vorm van stekken waarbij de stek pas van de plant wordt afgeknipt als de wortels zijn gevormd. Sommige Rhododendrons doen dat, ook in de tuin, uit zichzelf al. Als ze daarbij nog wat worden geholpen door lage takken op de grond vast te zetten, kunnen zo getrouwe nakomelingen van de moederplant worden gemaakt.

Voor het werkelijk succesvol vermeerderen van Rhododendrons komt natuurlijk wel wat meer kijken dan de summiere omschrijving die hier is gegeven. Eén van de belangrijke ingrediënten voor het maken van nieuwe Rhododendron planten, is de ervaring die in de mislukkingen wordt opgedaan.
Met volharding lukt het vast